2013 | Nou doet u het weer (Platform BK)

Platform BK WW#4 - illustratie Yuri Veerman

Nou doet u het weer

Op de voorpagina van NRC Next van vrijdag 4 januari was een afbeelding te zien van een kunstenaar met een balk voor zijn ogen en gezicht. Eronder de kop ‘Beste Cultuursector, zo gaat het niet langer’ en een oproep aan de culturele sector om zich eindelijk te laten ‘zien’. Binnenin de krant stonden vier foto’s van succesvolle kunstenaars ter illustratie van een artikel van hoogleraar culturele economie Arjo Klamer. Hierbij de kop ‘Houdt er iemand van ons?’. De dag ervoor was dezelfde tekst al te lezen in NRC Handelsblad en ook daar werd de kunstenaar neergezet als een probleemkind.

In het stuk houdt Klamer een betoog over wat hij ‘het gesprek met de kunst’ noemt. Al geruime tijd stelt hij dat kunst als een gesprek gezien moet worden en dat de kunstwereld dat gesprek veel actiever zou moeten aanzwengelen en ruimte moet bieden aan de (veronderstelde wens) naar meer betrokkenheid van het publiek. Klamer vindt dat de kunstwereld zich op afstand houdt en nog steeds te weinig mensen letterlijk ‘aanspreekt’.

Wat Klamer, het NRC en NRC Next over het hoofd zien, is dat de kunstenaar en de kunstsector wel degelijk het gesprek proberen te voeren, maar dat er weinig aandacht voor is binnen de reguliere media. Er wordt al jarenlang in de sector zelf gesproken over vernieuwing en publieksbereik. Al bijna 10 jaar geleden initieerde het Fonds BKVB de discussie over kunstsubsidies en de maatschappelijke relevantie van kunst met ‘Second Opinion’. Dat krijgt op het moment opnieuw vervolg in het beleid van het Mondriaan Fonds waarvan ‘zichtbaarheid, samenwerking en opdrachtgeverschap’ de nieuwe peilers zijn. En wat te denken van de discussie over maatschappelijke thema’s zoals die wordt aangejaagd door kunstenaars als Jonas Staal of Tinkebell? Of hoe Artists in Occupy Amsterdam een belangrijke rol speelden in de Occupy beweging. De schoonmakersactie ‘Schoon genoeg’ is een ander krachtig voorbeeld van nieuwe vormen van samenwerking in dit geval tussen vakbonden en kunstenaars. En wie zijn het die de ‘slechte’ wijken in worden gestuurd om voor een verbetering van de leefbaarheid te zorgen en economische groei aan te jagen? Het zijn steeds opnieuw kunstenaars die worden verondersteld zich niet alleen te verhouden tot maatschappelijke problemen maar ook een bijdrage aan de oplossing ervan te leveren. Denk aan de (overigens zelf-geïnitieerde) projecten van Jeanne van Heeswijk in de Rotterdamse Afrikaanderwijk of Fatform in de Amsterdamse Bijlmer. De kunstenaar interveniert met overtuiging in de samenleving en doet dat volgens Steven ten Thije, curator van het Van Abbemuseum in Eindhoven, in grotere getale dan ooit tevoren!

Sinds een jaar bestaat Platform Beeldende Kunst, een organisatie van kunstenaars en geestverwanten die zich inzet om vanuit de eigen positie een bijdrage te leveren aan ‘het gesprek’ met de media en politiek. Sterker nog, we hebben een ‘reponsteam’ dat met regelmaat reacties en essays schrijft – gebaseerd op feiten en een reëel beeld van de huidige kunstenaarspraktijk – om zich met heldere argumenten in het debat mengen. De stukken worden geschreven en ingezonden aan de media om ze te plaatsen.

Dat Arjo Klamer beweert dat de kunstwereld niet meedoet in het gesprek is onjuist. Wat hij lijkt te bedoelen als hij het over dat gesprek heeft, is dat de kunstwereld naar hem moet luisteren. Zo viel de respons op zijn boek Pak aan hem tegen. Maar hoe kan het ook anders, als de ‘oplossingen’ die geboden worden steeds uit de koker van de marketingstrategie komen: betrek het publiek met facebookacties, betere branding of biedt jezelf aan ter adoptie door een bedrijf. Vanuit het gezichtspunt van een econoom een begrijpelijke redenatie, maar het roept de vraag op waarom steeds opnieuw aan Klamer podium wordt geboden als expert in de media. Waarom niet eens een onderzoeker als Gerard Marlett die ook andere aspecten belicht, of nog beter iemand uit de kunstwereld zelf? De waarde van kunst is niet uitsluitend monetair uit te drukken, en het blijven herhalen van vrij vage uitkomsten van een eenzijdig gericht onderzoek doet het gesprek geen goed.

Wie nieuw leven wil blazen in de verstandhouding tussen de cultuursector en het publiek, de politiek en de media – met excuus voor de generalisering – doet er goed aan om te erkennen dat kunst geen doorsneeproduct is, dat de kunstwereld daarmee een eigen realiteit kent en bovendien waarden vertegenwoordigt die niet uitsluitend materieel uit te drukken zijn. Nieuwe variaties op het oude marketing-denken; oude en nieuwe ideeën die er uitsluitend op zijn gericht om het product aan de man te brengen, zijn belangrijk maar niet afdoende. Er is behoefte aan daadwerkelijke nieuwe ideeën en heldere uitspraken over de positie en de rol van de kunstenaar in de samenleving. En die komen in het beste geval voort uit inzicht in de aard en waarde van de kunsten(sector) zelf. Op basis van dat inzicht en feitelijk onderzoek naar zowel economische als immateriële waarde kan ‘het gesprek’ in de toekomst met overtuiging en passie gevoerd worden.

Mariska van den Berg & Rune Peitersen, Platform Beeldende Kunst

Dit essay is een Weerwoord van Platform Beeldende Kunst. ’Weerwoord’ is een initiatief van Platform BK en geeft richting aan het debat rondom kunst en cultuur door snel in te springen op het huidige kunstbeleid en berichtgeving over kunst in de media.

 

http://www.platformbk.nl/2013/01/ww4-nou-doet-u-het-weer/