2013 | Nulpunt – Raaijmakersavond in Perdu

Web01

Presentatie tijdens de Raaijmakersavond in Perdu, www.perdu.nl, 25 oktober 2013

In ‘Het kleinste geluid’ vertelt Raaijmakers over het zoeken naar een ‘dode toon’. Hij omschrijft het als een streven naar een absoluut punt waar, zoals in het verhaal, De Aleph van Borges, alles – verleden, heden en toekomst – bij elkaar komt. Een punt waar de tijd stil staat, en waar je in een oogopslag alles wat ooit is geweest of zal komen, kan zien.

Web02Toen ik dat zag moest ik aan nieuwe technologieën en apparaten als Google Glass en Autographer denken. Met deze technologieën en apparaten kunnen we steeds meer visuele informatie opslaan in systemen buiten onszelf. Steeds meer mensen hebben de behoefte om alles wat ze meemaken met een draagbare camera te filmen of om de paar seconden automatisch een foto van te maken. Op die manier willen ze hun leven opslaan, en indien nodig, terug kunnen kijken of delen. Zoals iemand in een uitzending van Tegenlicht zei: ‘this way I’ll have perfect visual memory’.

Maar ons geheugen, het leven en de werkelijkheid zijn meer dan een stapel foto’s en kan niet gevangen worden door een camera alleen. Dat onderzocht ik in het project Saccadic Sightings. Met dit project ging ik zelf op zoek naar een soort visueel nulpunt. Het idee was om het ruwe input van je ogen, voordat het door de hersenen wordt verwerkt te visualiseren. Zo, was mijn idee, zou je een idee krijgen van hoe de wereld er in ‘het echt’ uitziet, en wellicht een antwoord krijgen op de vraag: Waaruit bestaat onze visuele wereld?

[nggallery id=33]

Voor mij heeft mijn zoektocht naar een ‘visueel nulpunt’ in dit project vooral vragen opgeleverd over waarom wij door iets op te splitsen in steeds kleinere delen, denken dat wij dichter bij een waarheid komen?

Kwantificatie en atomisme kunnen hele nuttige gereedschappen zijn bij wetenschappelijk onderzoek of bij het doorgronden van ingewikkelde systemen, maar als het overhand neemt, ontstaat het risico, dat alles los van elkaar, gefragmenteerd en geïsoleerd, komt te staan. Dan is het alsof, doordat wij de individuele bomen van steeds dichterbij gaan bestuderen, wij het bos om ons heen zijn vergeten – of niet meer zien.

Wij zien de grote lijnen, beelden en verhalen niet meer. Wij zijn geobsedeerd geraakt door alles te willen ontleden, tot steeds kleinere stukken – op zoek naar een nulpunt van waaruit wij denken alles te kunnen begrijpen.

Maar het nulpunt waar wij op zoek naar zijn, behoort niet tot deze wereld; het is een wiskundig idee, een literair abstractie, een fantoom. Zoals Raaijmakers ook zelf zegt: je moet ernaar streven, maar het kan niet lukken – sterker nog: het mag niet lukken.

Tijdens dit project heb ik ontzettend veel uren naar opnames van mijn eigen kijkgedrag gekeken. En al vanaf het begin werd het mij overduidelijk, dat de videobeelden mijlenver af stonden van mijn herinnering van de opnames. Ik herkende de situaties wel, maar ze waren leeg en dood, ontdaan van zintuiglijke ervaringen en persoonlijke emoties. Zien kun je niet terugbrengen tot een specifiek nulpunt.

Daarom schuilt er een enorm gevaar in het idee, dat een camera hetzelfde ziet als een mens, of beter gezegd, dat een mens niet meer ziet dan een camera. En voordat wij deze nieuwe apparaten de opdracht geven om zowel onze individuele als onze collectieve geheugen en visuele werkelijkheid vast te leggen, moeten we vooral goed kijken naar alles wat zij niet kunnen zien.

En ook daar had Dick Raaijmakers iets over te zeggen in De Kunst van het Machinelezen.

web11web12