2011 | Museum n8 | De Appel (Platform BK)

More photos can be found here: https://www.facebook.com/media/set/?set=a.308359452509763.84194.260496757296033&type=3

 

Toespraak op uitnodiging van The Livingrooms in De Appel tijdens museum nacht 2011:

Ongeveer een jaar geleden werd ik geconfronteerd met de politieke aspecten van mijn rol als kunstenaar in de samenleving.

Sinds mijn afstuderen van de kunstacademie had ik een typische kunstenaars carrière doorlopen. Ik werkte in mijn atelier, ik exposeerde regelmatig in binnen en buitenland, ik verkocht werk via de galerie waarmee ik samenwerkte. Ik had een paar beurzen ontvangen, die mij in staat stelde om mij volledig op mijn werk te kunnen focussen, en af en toe met mijn dochter naar de Efteling te kunnen gaan.

Ik voelde mij trots als ik een beurs ontving. Ik maakte deel uit van een samenleving die kunst belangrijk vond. Zo belangrijk zelfs, dat men er geld voor over had om aan kunstenaars te geven om kunst te kunnen maken.

Zoals gezegd, ongeveer een jaar geleden werd het mij duidelijk, dat er iets veranderd was in de samenleving. Er werd nu anders over de kunst, en voornamelijk de kunstenaar, gesproken. Ineens was ik een linkse hobbyist, een subsidie-slurper en een parasiet geworden.

Ik schrok ervan, wat was er nou precies gebeurt? -en hoe moest ik mij tot deze nieuwe, ‘frisse’ wind verhouden? Eerst keek ik afwachtend om mij heen. Ik ging ervan uit dat iemand zou opstaan, iemand met gezag, iemand die anderen kon uitleggen, dat kunst nu eenmaal belangrijk is omdat het andere vormen van waarde laat zien dan de financiële – iemand die dat rustig en met overtuiging kon uitleggen, zoals een volwassen ruziënde kinderen iets uitlegt.

Maar er ging niemand opstaan. Er was kennelijk geen enkele volwassene te bekennen, die de waarde van de kunst kon uitleggen. Ik besefte toen, dat ik te afhankelijk was geworden van anderen, die de strijd voor de kunst en de kunstenaar voor mij moesten voeren, en dat ik zelf op moest gaan staan, en proberen uit te leggen waarom kunst zo belangrijk is.

Dit was problematisch omdat ik mij in mijn werk niet bezighoud met politiek, en omdat ik van mening ben dat kunst ver boven, of buiten, de politiek en de waan van de dag staat. Het is mijn oprechte geloof dat het aan de politiek is om zich te laten inspireren door de kunst, en niet andersom. En dat dat juist de rol is van de kunst in de samenleving: inspiratie bieden aan de maatschappij; de burgers, de politiek, de filosofie, het onderwijs etc.

Dus wat doe je dan als kunstenaar, als de waarde en de rol van de kunst in de maatschappij in twijfel wordt gebracht. Welke middelen heb je dan om de kunst te verdedigen?

Sommige kunstenaars gaan op de barricades staan, lopen voorop in demonstraties, bedenken en uitvoeren acties en kunstwerken, die zich direct verhouden tot actuele ontwikkelingen. De kunstenaar als activist, of revolutionair.
Andere kunstenaars zeggen dat het enige politieke statement, die je als kunstenaar hoeft te maken is hard doorwerken in je atelier. Dat dat op zich zelf al een gebaar is tegen welke establishment ook, omdat de kunstenaar zodoende laat zien ‘dat het ook anders kan’. De kunstenaar als een intellectuele voorbeeld – bijna een heilige.

Ik bevond mij in een dilemma tussen die twee uitersten. Ja, ik wilde iets doen als reactie op de politieke ontwikkelingen, maar nee, ik wilde geen politieke kunst gaan maken.

Op uitnodiging van een vriendin, ging ik met een aantal gelijkgezinde collega’s gesprekken voeren over wat we zouden kunnen doen, en hoe. Onze eerste bijeenkomsten waren een beetje onwennig. Het voelde alsof we iets verboden aan het doen waren. Tegelijkertijd, was het een verademing om over deze onderwerpen te spreken, en te merken dat we allen dezelfde bezorgdheid en angst deelden. We voelden ons door die gesprekken gesterkt en besloten dat wij iets moesten gaan doen. Dat wij ons daartoe verplicht voelden, al was het maar om ons gevoel van machteloosheid te overwinnen.

We besloten niet onze kunst in te zetten, maar onze vaardigheden als kunstenaars. Dit bood een oplossing voor mijn dilemma; ik hoefde geen politiek geëngageerde kunst te maken, maar kon wel mijn opgebouwde kennis en vaardigheden inzetten.

We wilden vanuit de gevoeligheid en het intellect van de kunstenaar iets zeggen, dat over meer dan de kunst alleen ging. We wilden vooral laten zien dat er wel degelijk anders over kunst werd nagedacht dan de media meestal liet zien. En we wilden onze medekunstenaars en kunstliefhebbers een podium bieden om hun verhaal te vertellen. Niet het verhaal van de politicus, de econoom of de filosoof over kunst, maar het verhaal van de kunstenaar over kunst en samenleving in zijn of haar eigen woorden.

Samen hebben wij Platform Re-set opgericht. Een initiatief die een platform biedt voor kunstenaars en anderen die zich geroepen voelen iets te doen. Onze eerste manifestaties gingen over de zichtbaarheid van de vragen en twijfels, de angst en de woede, die wij als kunstenaars voelen – maar die ook gedeeld wordt door vele anderen.
Hoe maak je een vraag zichtbaar zonder er een dogmatische stelling van te maken? Hoe laat je zien dat verontwaardigde opiniestukken en opgehitste politieke statements uiteindelijk over het lot van mensen gaan? Hoe kun je beeldvorming beïnvloeden? En hoe bereik je je medemensen?

We begonnen met de ‘Punctuation Walks’. Kleine, haast lullige, ‘demonstraties’ met grote leestekens. De laagdrempeligheid en het mooie beeld van die wandelingen beviel ons. Mensen kwamen op ons af met vragen. Een van de vaakst gehoorde opmerkingen tijdens de wandelingen was ‘ja, zo heb ik ook wat vragen’, waarop het makkelijk was een gesprek aan te gaan, en degene aanmoedigen om vooral zijn vragen te stellen. Het waren kleine overwinningen, maar het voelde goed – het gevoel van onmacht werd steeds kleiner.

Die vragen en overwegingen die ik net met u gedeeld heb, zijn natuurlijk niet alleen belangrijke vragen voor kunstenaars. Uiteindelijk gaat het om actief burgerschaap. Het mooie daarvan is natuurlijk dat het dan niet alleen voor kunstenaars is weggelegd om over na te denken en te handelen – iedereen kan meedoen. Dus ook u, dames en heren. En daarom wil ik afsluitend een paar vragen stellen aan u:

Ziet u in de huidige samenleving uw eigen waarden, idealen en dromen weerspiegelt?
– Zo niet, doet u daar iets aan?

 

Rune Peitersen