2010 | Reactie op Bezuiniging op kunst ook eigen schuld

Reactie op Bezuiniging op kunst ook eigen schuld,Ron Rijghard NRC zaterdag 2 oktober.
©Rune Peitersen 2010


Volgens Ron Rijghard stelt kunsteconoom Pim van Klink dat de kunstwereld onder meer door het systeem van ‘peer review’ niet genoeg rekening houdt met “de smaak van ‘de gewone man'”, en dus te weinig  kunst subsidieert voor  “brede lagen van de bevolking “, met als gevolg dat “die brede lagen, Henk en Ingrid in het PVV-jargon, hun deel opeisen”.

Het is mijn voorrecht geweest om twee jaar deel uit te maken van de commissie Basissubsidies bij het Fonds voor Beeldende Kunst, Architectuur en Vormgeving (Fonds BKVB). In de commissies van het Fonds BKVB, die beslissen over het toekennen van individuele subsidies aan kunstenaars, zitten voornamelijk kunstenaars en kunsttheoretici. Dit omdat kunstenaars en kunsttheoretici geacht worden verstand te hebben van het gebied van de hedendaagse kunst, waarover de aanvragen gaan. Op dezelfde wijze worden bankiers geacht verstand te hebben van bankzaken, oud-voetballers van voetbal en Geert Wilders van fundamentalisme. De stelling van Van Klink lijkt te zijn dat het wenselijk zou zijn als de leden in de kunstcommissies niet van de kunstwereld afkomstig zouden zijn omdat dat leidt tot kunst dat niet gewaardeerd wordt door ‘de gewone man’. Het liefst zouden de leden ‘de gewone man’ moeten zijn, Henk en Ingrid dus.

Maar wie zijn Henk en Ingrid? Wie bepaalt wie ‘de gewone man’ is, en wat zou de meerwaarde zijn voor de kunst als “de smaak van ‘de gewone man’” van bovenaf opgelegd werd? Is dat niet juist een manier om de getrachte neutraliteit van de overheid te omzeilen en kunstenaars te dicteren wat ze moeten maken?

Sterker nog, als Henk en Ingrid ‘hun deel’ van de subsidies, bedoeld voor kunst en kunstenaars, menen op te kunnen eisen, kunnen de kunstenaars (en anderen) dan niet net zo goed ‘hun deel’ opeisen van de voetbal-, landbouw- of banksubsidies? Waarom zouden kunstenaars moeten meebetalen aan subsidies waar zij niets voor terugkrijgen?

Of schuilt hierin een denkfout? Krijgen Henk en Ingrid, evenals Rogier en Bridget, Vincent en Marianne, Mohammed en Fatimah, niet al door middel van andere subsidievormen een deel van de ‘vetpot’ van de overheid? Juist door die verscheidene subsidiestelsels, met ieder haar eigen experts, zijn de overheid, de maatschappij, wij in staat ervoor te zorgen dat er voor ieder wat wils is.